top of page

Leo XIV, een nieuwe paus vanuit een oude orde – een paar herinneringen aan Robert Prevost

  • Arjan Plaisier
  • 6 jun 2025
  • 4 minuten om te lezen

Valerio Masella is een 26-jarige ‘personal trainer’ bij de Omega Fitness Club in Rome, vlakbij het Vaticaan. Toen hij op donderdagavond 8 mei naar de beelden vanaf het Sint Pietersplein keek en de nieuwe paus op het balkon van de Sint Pieter zag verschijnen kon hij zijn ogen nauwelijks geloven: “Robert?!” Robert Prevost was vaste klant bij het sportcentrum en Masella was zijn trainer. Masella wist niets van de kerkelijke loopbaan van Prevost. Toen Prevost in 2023 terug kwam in Rome om een functie in de Curie op te nemen, had hij zich gemeld bij de sportschool en zich eenvoudig voorgesteld als ‘Robert’. Daar was hij klant onder de klanten, zonder iets dat bijzonder opviel of het moest zijn evenwichtige en bescheiden gedrag zijn. Ze wisten niet eens dat hij priester was. Paus, dat hadden ze nooit kunnen denken.


Iets van deze verbazing kon ik wel meevoelen op 8 mei. Voor mij heeft de naam Robert Francis Prevost een bekende en vertrouwde klank en ik wist dat hij kardinaal was en deelnam aan het conclaaf. Maar de beschrijving van de personal trainer vond ik raak en typerend voor de man die de kardinalen kozen tot paus Leo XIV. Veel meer dan een persoonlijke herinnering wil dit stuk niet zijn, elders zijn al uitgebreide en vaak goede analyses gegeven van wat we inhoudelijk van paus Leo XIV kunnen verwachten. Ik hoop vooral dat hij de tijd krijgt om in zijn nieuwe ambt te groeien.


Ik leerde Prevost kennen toen hij prior generaal was van de augustijner orde. Met een groepje gelijkgezinden was ik vanaf 2004 betrokken bij de oprichting van een lekenfraterniteit bij de Utrechtse gemeenschap van augustijnen. In 2009 richtte Prevost  de lekenfraterniteit officieel op en in 2010 legden wij tijdens een kapittel van de Nederlandse provincie in Helvoirt de belofte voor hem als prior generaal af en nam hij ons als lekenleden op in de orde. “Wat verlangt gij?” “Gods barmhartigheid en uw gemeenschap.”

In de jaren dat Prevost prior generaal was heb ik hem diverse malen ontmoet en gesproken, zowel in Rome als in Nederland. In Rome gebeurde dat in het gebouw van het generalaat van de augustijner orde. Prevost werkte daar een aantal jaar in het bestuur van de orde nauw samen met de Nederlandse augustijn Wim Sleddens (van 1970 tot 1979 als medewerker was verbonden aan het Interuniversitair Instituut voor Missiologie en Oecumenica (IIMO) in Utrecht), die zijn assistent generaal was. De twee waren duidelijk op elkaar gesteld en Wim Sleddens heeft me bij Prevost geïntroduceerd.


Als generaal bezocht Prevost ook Nederland diverse keren. In Utrecht had hij daarbij ook een gesprek met de Utrechtse fraterniteit. Hij kwam bij mij over als een rustige intelligente en hartelijke man, die de tijd nam om naar je te luisteren en ook echt geïnteresseerd was in je verhaal. In de omgang was hij vriendelijk, weloverwogen, zonder pretentie, met gevoel voor humor en op een prettige manier ingehouden. Op geen enkele manier wekte hij de indruk bezig te zijn met gedachten aan een kerkelijke carrière.

In zijn tijd als overste reisde Prevost de hele wereld over. In Nederland zijn de augustijnen een heel kleine orde geworden. Waren er ooit halverwege de twintigste eeuw zo’n vierhonderd leden, nu zijn er naar nog maar elf. Maar in het mondiale zuiden is dat anders. In India, op de Fillipijnen, Afrika en Zuid-Amerika heb je veel grotere groepen. Prevost was veel onderweg om al die mensen te bezoeken, hij kent de situatie in die verschillende gebieden en hij brengt zo veel internationale ervaring met zich mee.

Voordat Prevost allerlei hogere bestuurlijke functies in de orde kreeg was hij missionaris in Peru. Daar voelde hij zich thuis. Kenmerkend vond ik toen hij terugtrad als prior generaal dat hij dat werk als missionaris weer oppakte en terugging naar Peru om daar te leven in dienst van de gemeenschap. Paus Franciscus benoemde hem toen al snel tot bisschop en de rest is geschiedenis.

Tenslotte


Leo XIV zei in zijn eerste toespraak als paus: “Ik ben een zoon van Augustinus, een augustijn.” In de augustijnse spirituele traditie is de paus geworteld. Zijn eerste optredens getuigden daar van met de nadruk op gemeenschap, vrede en eenheid.

Centraal in de regel van Augustinus staat de zin: “Allereerst moet u eensgezind tezamen wonen, één van ziel en één van hart op weg naar God.” In de wapenspreuk van de nieuwe paus komt dit ook mooi tot uitdrukking: ‘In illo uno unum’ (‘In de Ene zijn wij één’). Die tekst komt uit een preek van Augustinus: “De christenen zelf, met hun hoofd dat ten hemel is gevaren, vormen één Christus: niet is Hij één en wij velen, maar wij velen zijn, in die Ene, één.” Die eenheid is dus niet een afgedwongen uniforme eenheid, maar een eenheid waarin velen (met hun diverse achtergronden) samen verenigd zijn door de ene Christus.

In de eerste preek die Leo XIV voor de kardinalen hield op 9 mei citeerde hij aan het slot Ignatius van Antiochië, die, op weg om in Rome de marteldood te sterven, aan de christenen van Rome, schreef: “Ik zal pas echt leerling van Christus zijn wanneer men mijn lichaam niet meer ziet.” Leo XIV sloot aan bij die woorden: “Ignatius doelde op zijn dood door wilde dieren – maar zijn woorden gelden breder: een dienaar in de Kerk moet zichzelf uitwissen opdat Christus zichtbaar wordt.  Kleiner worden, zodat Hij groot wordt (vgl. Johannes 3,30). Alles geven, zodat niemand Christus mist.”

Dat de Heer paus Leo nabij is, hem zegent en kracht geeft in het bijzondere dienstwerk dat hij is begonnen! “In illo uno unum”

 
 
 

Opmerkingen

Opmerkingen zijn niet geladen
Het lijkt erop dat er een technisch probleem is opgetreden. Probeer nogmaals verbinding te maken of de pagina te vernieuwen.
bottom of page