top of page

Reflecties uit Rome

  • 12 apr
  • 8 minuten om te lezen

Van 20 tot en met 26 januari vond in het kader van de Week van Gebed voor de Eenheid een oecumenische pelgrimage en studiereis naar Rome plaats, georganiseerd door de Katholieke Vereniging voor Oecumene en de Raad van Kerken in Nederland. Kerkleiders en theologen uit diverse christelijke tradities namen hieraan deel. Namens de Protestantse Kerk in Nederland en het jonge theologen platform Rome-Reformatie was ik ook aanwezig. De week werd gekenmerkt door waardevolle gesprekken waarbij onderlinge verschillen niet werden ontkend en er tegelijkertijd ook veel geestelijke verbondenheid werd ervaren. In dit artikel deel ik enkele beschouwingen. 


Verdiepte synodaliteit 

Eén van de belangrijkste thema’s in de Rooms-Katholieke Kerk van de laatste jaren is ‘synodaliteit’. Paus Franciscus noemde het “de weg die God van de Kerk in het derde millennium verwacht”. Paus Leo XIV zet deze lijn voort. Het begrip komt van het Griekse syn-hodos: samen op weg. Sinds het Tweede Vaticaanse Concilie groeide het besef dat niet alleen geestelijken, maar alle gedoopten de stem van Christus kunnen verstaan. Elke gelovige bezit een sensus fidei: een geestelijke intuïtie die helpt om te onderscheiden wat de weg van Christus is. Daarom wordt vandaag ook de stem van leken, vrouwen, jongeren en zelfs andere kerken serieus genomen.


Toch bleef de kerk – ook na het Tweede Vaticaanse Concilie - decennialang vooral hiërarchisch georganiseerd. Onder paus Franciscus veranderde dit. Hij ging de stemmen van plaatselijke parochies en bisdommen betrekken bij de voorbereiding van synodes. De vergaderstijl veranderde eveneens. Sinds een aantal jaren zien wij ronde tafels met bisschoppen, nonnen, monniken, mannen en vrouwen die bidden om de heilige Geest en naar elkaar luisteren zonder direct te reageren. De bedoeling is niet dat een meerderheid wint, maar dat er geestelijke consensus ontstaat onder de leiding van de heilige Geest. 

Hendro Munsterman, journalist voor het Nederlands Dagblad, wees ons in een gesprek op een opvallend punt. Volgens hem ontving de Rooms-Katholieke Kerk de synodaliteit en het ‘ambt aller gelovigen’ dankzij de Reformatie. Munsterman stelde echter ook dat de Rooms-Katholieke Kerk deze synodaliteit vervolgens verdiept heeft en dat de kerken uit de Reformatie dit weer van de Rooms-Katholieke Kerk zouden kunnen overnemen. Het roept de vraag op wat er zou veranderen als protestantse synodes vaker zo zouden werken: aan ronde tafels, in gebed, luisterend naar de ander, niet denkend in meerderheidsbesluiten, maar in een gezamenlijke consensus onder de leiding van de heilige Geest.  


Protestantse ritus? 

Binnen het Nederlandse platform Rome-Reformatie wordt onderzocht of de Protestantse Kerk in Nederland zich in de toekomst zou kunnen verbinden met de Rooms-Katholieke Kerk, met behoud van een eigen protestantse ritus, theologie en ambtsstructuur. In het boek Een tijd om te helen (2025) noemt dr. Arjan Plaisier deze mogelijkheid ook. Met de oosters-katholieke kerken is dit al gebeurd. Het zijn oosters-orthodoxe kerken die de paus erkennen, maar hun byzantijnse ritus en praktijk - waaronder het gehuwde priesterschap - hebben behouden.  


Een tweede voorbeeld ligt nog dichterbij: de persoonlijke ordinariaten. Zij ontstonden in 2009 dankzij de apostolische constitutie Anglicanorum Coetibus van Benedictus XVI. Een persoonlijk ordinariaat is een soort bisdom – naast een regulier rooms-katholiek bisdom - bedoeld voor anglicanen die in volledige gemeenschap met Rome willen leven zonder hun liturgie en kerkelijke cultuur op te geven. Een ordinarius staat aan het hoofd. In de eigen liturgie, Divine Worship, worden protestantse accenten behouden: de sterke nadruk op de onwaardigheid van de mens, Christus’ genade en een centrale plaats voor de prediking. Er blijft ook ruimte voor getrouwde diakens en priesters. Tijdens een gesprek met kardinaal Kurt Koch, prefect van het Dicasterie voor de Bevordering van de Eenheid van de Christenen, bespraken wij of een vergelijkbaar model denkbaar is voor de Protestantse Kerk in Nederland. 


Koch moedigde allereerst de voortzetting van de oecumenische dialoog in Nederland aan. Hij verwees naar de bilaterale gesprekken die de Rooms-Katholieke Kerk voert met de Lutherse Wereldfederatie (LWF) en de Wereldgemeenschap van Gereformeerde Kerken (WCRC), die samen de Protestantse Kerk in Nederland vertegenwoordigen. Eenheid veronderstelt volgens hem geen uniformiteit, maar wel overeenstemming over de sacramenten en ambten.


Een onmiddellijk struikelblok voor zo’n protestants ordinariaat vormt de openstelling van het geordineerde ambt voor vrouwen. In zowel de Rooms-Katholieke Kerk als de Oosters-Orthodoxe Kerken geldt dat de wijding van vrouwen onmogelijk is. In de persoonlijke ordinariaten kunnen de vrouwelijke geestelijken hun gewijde ambt daardoor niet voortzetten. Zij leggen hun ambt neer en vervullen vervolgens wel belangrijke pastorale en bestuurlijke taken, maar zonder de sacramentele bevoegdheden. 


Eerdere gesprekken over volledige eenheid met de Oud-Katholieke Kerk en de Anglicaanse Kerk liepen ook op dit onderwerp vast. Kardinaal Koch merkt op - met een ondeugende glimlach richting bisschop Dick Schoon van de Oud-Katholieke Kerk - dat “de oud-katholieken met de toelating van vrouwen iets nieuws hebben ingevoerd, zodat de Rooms-Katholieke Kerk nu de échte Oud-Katholieke Kerk is”.


Voor de Protestantse Kerk in Nederland vormt precies dit punt de grootste uitdaging. Het is onwaarschijnlijk dat vrouwelijke predikanten hun ambt massaal neerleggen om toe te treden tot een eventueel ‘persoonlijk protestants ordinariaat’. Een Protestantse Kerk die de paus erkent, onderdeel wordt van de Rooms-Katholieke Kerk en tegelijk haar volledige eigen vorm behoudt, blijft vooralsnog toekomstmuziek.


Oorlog en vrede 

Een belangrijk onderwerp dat op verschillende momenten terugkwam was het thema ‘oorlog en vrede’. Bij het Dicasterie voor de Oosterse Kerken spraken wij met kardinaal Claudio Gugerotti. Hij vertelde hoe hij vaak betrokken is bij vredes- en verzoeningsgesprekken in Oost-Europa en het Midden-Oosten. Zijn verhaal maakt zichtbaar hoe groot de diplomatieke invloed van de Heilige Stoel in zulke processen is. Veel groter dan doorgaans wordt vermoed. 


Gugerotti wijst ons op het risico van nationale kerken. In veel oosters-orthodoxe landen is de kerk nationaal. In de naam van Christus, kiezen ze partij voor het eigen land. Het voorrecht van de wereldkerk is dat zij als één christelijke familie boven de partijen staat, verbonden in één Heer en één Geest. Ook voor een nationale kerk als de Protestantse Kerk in Nederland ligt hier een waarschuwing. Voor mij als protestant is het leerzaam te zien hoe belangrijk het is dat er een wereldwijde kerk bestaat die namens Christus kan spreken in diplomatieke bemiddeling en vredesinitiatieven. In onze seculiere Nederlandse context onderschatten wij hoe diep religie vaak verweven is met conflicten. Die les klinkt eveneens door tijdens onze ontmoeting in het centrum van de Anglicaanse Kerk, geleid door bisschop Anthony Ball.


Het gesprek met de gemeenschap van Sant'Egidio richt zich eveneens op het thema ‘oorlog en vrede’. Deze rooms-katholieke lekenbeweging, wereldwijd actief en ook aanwezig in diverse Nederlandse steden, verbindt dagelijks Bijbellezen met concrete zorg voor armen en vluchtelingen. Wij werden ontvangen door dr. Claudio Bette. Hij schetst een wereld waarin geweld, macht en leugen steeds meer terrein winnen. De kerk heeft vandaag de taak hier een helder tegengetuigenis te vormen. Oorlog is volgens Bette altijd verkeerd, omdat zij geworteld is in de leugen - en Jezus noemt in Johannes 8:44 de duivel de ‘vader van de leugen’. Tegen die leugen moet de kerk woorden van waarheid en vrede stellen.


Bette verwijst naar Matteüs 16:26 als richtinggevende tekst: “Wat baat het een mens de hele wereld te winnen, als hij zijn ziel verliest?” Sant’Egidio wil een ‘waarachtige gemeenschap’ zijn: trouw in gebed en Bijbellezen, volhardend in de zorg voor de armen. Gericht op een ‘wij’ in plaats van een ‘ik’, zonder oorlogstaal en zonder polarisatie. Bette waarschuwt ook tegen somberheid. Christenen zijn mensen van hoop. Zij zijn geroepen om die hoop zichtbaar te maken, juist in de straten van een verdeelde wereld.


Geloofsbelijdenis van Nicea 

In ons gesprek op de dicasterie van de eenheid komt ook het filioque ter sprake: de toevoeging in de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel dat de heilige Geest niet alleen van de Vader, maar ook van de Zoon (filioque) uitgaat. Deze formule ontbreekt in de Oosters-Orthodoxe traditie en ook in de kerken die wél in gemeenschap met Rome staan maar hun oosterse rite behouden, evenals in de Oud-Katholieke Kerk. In 2024 riep de Lutherse Wereldfederatie haar lidkerken - waaronder de Protestantse Kerk in Nederland - op het filioque niet langer te gebruiken. Daarmee rijst de vraag: zou de Rooms-Katholieke Kerk hierin niet kunnen volgen?


Kardinaal Koch wees erop dat het filioque historisch bedoeld was om zich theologisch te verhouden tot het arianisme, een context die vandaag niet meer speelt. Het weglaten van het filoque is volgens Koch al mogelijk binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Al brengt dit vooral praktische bezwaren met zich mee, zoals het aanpassen van gezongen geloofsbelijdenissen en gewenning bij het kerkvolk. Oud-katholiek bisschop Dick Schoon merkt op dat dit in zijn traditie geen probleem vormt. 


Het vraagstuk vraagt om verdere bezinning binnen de Nederlandse Bisschoppenconferentie. Zij zou plaatselijke kerken kunnen adviseren — of ten minste de ruimte kunnen geven — het filioque achterwege te laten. Ook de Protestantse Kerk in Nederland zou dit officieel kunnen besluiten en adviseren aan haar voorgangers en de plaatselijke gemeenten. Daarmee wordt niet alleen de verbondenheid met het belijden van de eerste eeuwen onderstreept, maar ook de oecumenische toenadering tot de Oosters-Orthodoxe Kerk, Oud-Katholieke Kerk en geünieerde kerken.


Eucharistische gastvrijheid

Ook het thema eucharistische gastvrijheid stond, zoals op veel oecumenische ontmoetingen, centraal. In de Rooms-Katholieke en Oosters-Orthodoxe Kerken is het voor protestanten, oud-katholieken en pinksterchristenen niet mogelijk om ter communie te gaan. Het is een pijn die wij allen voelen en ervaren: de eenheid die wij al ervaren is nog niet compleet, we kunnen nog niet met elkaar aan tafel. 


Op de vierde dag van de reis vierden wij de eucharistie in de crypte van de Sint-Pieter, bij het graf van de apostel Petrus. Het is een plek waar al eeuwenlang christenen samenkomen. De ruimte is klein en de setting intiem. In de liturgie is ruimte voor participatie vanuit verschillende tradities: in het voorgaan, de schriftlezingen en de voorbeden wordt bewust gebruikgemaakt van de breedte van de groep.

Tijdens de communie kiezen enkele rooms-katholieke deelnemers ervoor om eucharistisch te vasten. Zij komen, net als de niet-rooms-katholieken, met gekruiste armen naar voren en ontvangen een zegen. Delend in de pijn. 


Nu moeten we de pijn – naar mijn idee – echter niet groter maken dan zij is. Vanuit de vroege kerk is bekend dat de catechumenen en anderen die niet in eenheid waren met de kerk, de viering moesten verlaten vóór de eucharistie. Tegen die achtergrond is het al heel betekenisvol dat christenen uit verschillende tradities dit ‘mysterie van het geloof’ vandaag wél gezamenlijk kunnen vieren en aanschouwen. Bovendien kom ik uit de bevindelijk-gereformeerde traditie waarin zoiets bestaat als geestelijk deelnemen aan het Heilig Avondmaal – een notie die ook binnen de katholieke traditie bestaat (denk aan de coronaperiode). Ook zonder fysieke communie ervaar ik daadwerkelijke geestelijke gemeenschap met Christus. In die gedeelde ruimte mochten wij elkaar bij het graf van Petrus al wel de hand reiken: de vrede van Christus.


Primes inter pares 

Aan het slot van de eucharistieviering hield ds. Hans Kronenburg, emerituspredikant binnen de Protestantse Kerk, een overdenking bij Marcus 3,13-19, de lezing van de dag. De twaalf leerlingen worden geroepen om bij Jezus te zijn, het evangelie te verkondigen en boze geesten uit te drijven. Hun namen worden genoemd: verschillend in karakter, gaven en eigenaardigheden. Zo zijn ook christenen en verschillende kerken vandaag. Niet los van elkaar, maar samen worden zij – ondanks alle verschillen en eigenaardigheden – geroepen tot één missie: nabij Jezus leven, het evangelie verkondigen en het kwaad weerstaan. Opvallend is dat Simon Petrus, bij wiens graf wij vieren, als eerste wordt genoemd. Hij is de primes inter pares, de eerste onder de gelijken. Zegt dit ons iets als protestanten? Het is waardevolle denkstof op onze verdere oecumenische reis. 


Nathan Noorland

Predikant in de hervormde gemeenten van Goudriaan en Ottoland en kerkhistoricus.



 
 
 

Opmerkingen


bottom of page